De dominee en de lama

Twee schrijverijen uit de oude Drabdoos.

De dominee

Dikwijls deponeerden de dakduiven des duizelingwekkenden Domtorens diverse drollen, die doorgaans doodgewoon de dakgoot door dropen; doch ditmaal doordrenkte de derrie de dophoed der dominee, die deze donderdag de driedelige dichtbundel des Duitsen dichters Dolf Dimmelmann doornam. “Die druppel doet de deur dicht!” donderde de dominee, “Drommelse dieren! Deksels duivelsgebroed!” Dergelijke dreigementen drongen door de dikke deuren der Dominicuskerk. Desalniettemin daalden de drollen driftig door, de doorgewinterde deken danig desoriënterend; duizelig door de doordringende dampen der duivenpoep duwde deze de dure diamanten doopkelk dwars doormidden, draafde door de deuropening, de drukke dorpsstraat door, daarbij drie deftige dames dodend. Doortje, de dertienjarige dochter der dokter, die daar drentelde, dolblij dansend daar Diederik de deemoedige dijkgraaf dit dakloos deerntje dinsdags duizend dollar doneerde, deinsde, doch de dominee draaide duidelijk door: driemaal doorstak de dolk, die dominees destijds droegen, de darmstreek. De dikke drab droop druppelsgewijs, de daaronderliggende decembersneeuw donkerrood doordrenkend.


De lama

Langs de mijlenlange, angstwekkend brede tropenrivier de Tmanka’ sankoe, hetgeen betekent “de jonge vrouw die baadt in de melk van haar moeder”, aan de voet van de machtige berg Twoeka, die in de jaren van koning Ambar het volk zodanig veel ontzag inboezemde, dat honderden zichzelf bij wijze van zoenoffer met olie overgoten en in brand staken, liep, onder een staalblauwe hemel die, slechts gesierd met enkele roze wolkjes, als een goddelijk laken waarop een oneerbiedig persoon met aardbeiendrinkyoghurt gemorst heeft, de ene horizon met de andere verbond, in de warme bries die deze lenteochtend tot een haast paradijselijk geschenk maakte, de lama, vertwijfeld kauwend op een stuk zoethout, in de richting van zijn doel waarvan hij zelf nog niet wist wat het was, en hij zuchtte diep, als ware het een antwoord op het speelse geklater van de rivier, dat iets leek te vragen in de trant van “Domine, quo vadis?”, maar het bruingevlekte dier, dat uiteraard niet op de hoogte was van de Latijnse taal en derhalve niet wist dat dit de historische phrase was waarmee een Romein de toevallig passerende Jezus Christus aansprak, en die betekent “Heer, waarheen gaat gij?”, wandelde verder en sloeg, na het passeren van een oude pijnboom met takken die als de grijpende handen van een ‘s nachts door de moerassen dwalende schim naar de lucht reikten, linksaf richting de vlaktes van Battor, waar het krioelt van de leguanen, toen er plotseling een geluid klonk, dat nog het meest leek op het gekrijs van een adelaar welks klauwen met een botte bijl worden afgehakt en het geratel van wel honderd Mexicaanse ratelslangen tegelijk, waarvan de arme, immers welopgevoede lama zodanig schrok, dat hij twee decimeter de lucht in sprong, het stuk zoethout inslikte en bij het weer neerkomen op de rijkbemoste doch onplezierig harde grond zijn bewustzijn verloor.

Over Drabkikker

Dirk Bakker, geboren in de vorige eeuw, levend in de huidige.
Dit bericht werd geplaatst in Eigen baksels. Bookmark de permalink .

6 reacties op De dominee en de lama

  1. Absent Martian zegt:

    Dit deugt dus, Drabkikker!

  2. Eliza zegt:

    I love you I love you I love you, deze MOET echt met de goegemeente gedeelde worden!!!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s