Reactie op de Taalcanon

Taalcanon

Zoals u zich misschien nog herinnert verscheen een ruim jaar geleden de Taalcanon, waaraan ik een bijdrage heb geleverd over de oorsprong van ons alfabet. Een tijd terug ontving ik op de online versie een interessante reactie, waar ik door drukte niet eerder op kon antwoorden dan nu. Hopelijk maakt de omvang van het antwoord – langer dan het oorspronkelijke stukje! – de vertraging een beetje goed.

De vraag luidde:

Toch is mij nog niet helemaal duidelijk waarom ons alfabet 26 letters heeft. Hadden we ook met minder toegekund? Maar dan wel met behoud van “uitdrukkingsrijkdom”? Ik snap natuurlijk wel dat je, als je bijvoorbeeld de b afdankt, het woord boom niet meer kunt maken. Daar zou je dan, met de 25 resterende letters, een vervangend en nieuw woord voor moeten ontwerpen. Ik snap natuurlijk ook dat je met slechts 1 letter geen kant op kunt. Maar waarom hebben wij 26 letters, terwijl ze op Hawaii met 13 letters een even grote (?) uitdrukkingsrijkdom kunnen realiseren?

En dit is mijn antwoord:

Beste Rik,

Allereerst mijn verontschuldigingen dat ik zo schandalig lang over mijn antwoord heb gedaan. Als zwak excuus mag misschien gelden dat je vraag bijzonder leuk en veelomvattend is! Mijn antwoord is dan ook tamelijk lang geworden.

1. Letters en klanken

Laat ik met je laatste punt te beginnen: de reden dat het Hawaiiaanse alfabet maar dertien letters nodig heeft is dat de Hawaiiaanse taal maar een heel bescheiden verzameling klanken bezit. Schriftsystemen zijn in beginsel een neerslag van gesproken taal, en dus zal het aantal letters van een alfabet – grofweg – overeenkomen met het aantal spraakklanken in die taal.

Met uitdrukkingsrijkdom heeft dat niet veel te maken: het aantal klanken in een taal staat los van de mogelijke woordenschat die je met die klanken kunt bouwen. De bijbel is even goed vertaalbaar naar het Hawaiiaans als naar het Nederlands (echt waar: kijk maar eens op www.baibala.org); dat wij daar toevallig twee keer zo veel verschillende letters voor gebruiken komt omdat het Nederlands nu eenmaal meer spraakklanken heeft.

‘Grofweg,’ zeg ik hierboven bewust, want in de praktijk ligt het minder simpel. De verhouding tussen klank en letter is in lang niet alle talen netjes 1-op-1. In het Nederlands heb je twee letters nodig om ‘oe’ te schrijven, terwijl je toch echt maar één klank hoort; en andersom heeft het Engels maar één letter nodig (een i bijvoorbeeld, of een y) om de tweeklank ‘ai’ weer te geven.

Waarom dit zo is heeft per taal verschillende historische achtergronden. Een daarvan heeft te maken met het overnemen van schriften van andere volkeren. Toen bijvoorbeeld de Britten in de vroege middeleeuwen het Latijnse alfabet adopteerden, liepen ze ogenblikkelijk tegen het probleem aan dat hun taal klanken had waarin dat nieuwe schrift niet voorzag. Wat bijvoorbeeld te doen met de slisklank aan het begin van een woord als thing? Daar was geen aparte letter voor. De huidige spelling verraadt welke oplossing er werd bedacht: de combinatie van twee letters, th, voor het weergeven van één klank. Een bijzonder bruikbaar trucje, dat je dan ook in vele talen en schriften in de wereld aantreft: onze oe is van exact hetzelfde type.

En zo waren er meer trucjes, bijvoorbeeld: neem een bestaande letter uit het alfabet en voeg er een leesteken aan toe. Of nog rigoureuzer: je verzint gewoon een totaal nieuwe letter. Neem de klank ‘tsj’ in de Slavische talen. In het Tsjechisch wordt die gespeld als č: één letter dus, gemodificeerd met een leesteken (de c zonder dat leesteken spreek je uit als ‘ts’). Het Pools daarentegen koos voor de tweelettermethode, door een z achter de c te plaatsen: cz. Talen die het Cyrillische alfabet gebruiken (zoals Russisch en Bulgaars) kunnen het nog beknopter: geen leesteken of letterpaar, maar een speciale aparte letter ч.

Bij het ontwikkelen van schriftsystemen komt dus allerhande creativiteit kijken, waarbij de ene taal net weer andere keuzes maakt dan de andere. En zo zijn er meer factoren die bepalen welke letters we gebruiken, zoals het fenomeen ‘historische spelling’. De uitspraak van een taal verandert voortdurend, maar de spelling blijft daar over het algemeen jaren, zo niet eeuwen, bij achter. In het Frans werd les femmes in het verleden daadwerkelijk uitgesproken als ‘lès fèm-mes.’ Dat Fransen tegenwoordig ‘lee fam’ zeggen weet iedereen, maar de spelling reflecteert nog steeds de uitspraak van honderden jaren terug. Het Engels is hier ook berucht in (knight klonk ooit echt als ‘knicht’; tegenwoordig spreek je alleen nog maar de n, de i en de t uit, de rest is historische bagage) en het Nederlands kan er af en toe ook wat van (ik noem maar een woord als erwt).

Al dit soort factoren – de spraakklanken in een taal, het worstelen met de weergave daarvan, historische spelling – hebben ons alfabet gevormd tot wat het is: de verzameling van zesentwintig letters die we dagelijks gebruiken.

2. Hoeveel letters heeft een taal nodig?

Daarmee komen we op je eerste punt: Hadden we ook met minder letters toe gekund? Het antwoord is een volmondig ja; alleen moet je dan wel concessies doen. Je zegt het zelf al: als je de b afschaft moet je een manier vinden om die klank toch weer te geven.

Inmiddels hebben we drie verschillende methoden gezien waarop dat kan: 1. Je neemt een bestaande letter en modificeert hem, bijvoorbeeld met een leesteken; 2. Je combineert twee letters; 3. Je verzint een heel nieuw teken. Voor de klank ‘b’ zou je dan bij methode 1 bijvoorbeeld de p kunnen nemen en er een accentje op plaatsen: . Bij methode 2 kun je er een m voor zetten: mp (Dit is hoe het Nieuwgrieks het doet: mpira spreek je uit als ‘bira’, oftewel bier), en bij methode 3 kun je het zo gek maken als je zelf wilt: ͽ, of ϫ, of , etcetera. De keuze maakt eigenlijk niet zo veel uit, zolang de afspraken maar duidelijk zijn.

Kan dit nu ook voor het Nederlands? Ik zou zeggen, laten we het eens proberen.

Om te beginnen kunnen we letters schrappen die ook met andere letters kunnen worden weergegeven. De c bijvoorbeeld klinkt soms als ‘s’, soms als ‘k’, en dus kunnen we net zo goed de s en de k gebruiken. De x is ook niet nodig: die kun je met ks weergeven, en in plaats van qu kun je prima kw gebruiken. Wie de jaren ’70 heeft meegemaakt weet dat er serieuze pogingen zijn geweest om zo te spellen: sentrum, kontrakt, akwarium. Over de esthetiek is misschien te twisten, maar het werkt.

Als we dit beleid iets ingrijpender doorvoeren hoeft de j ook niet te blijven: die kun je best vervangen door een i; zo deed men het in de middeleeuwen tenslotte ook. De y/ij kan dan ook meteen wijken voor ii. Kiik iii altiid zo ziiig? Ik geef toe, het is even wennen, maar de boodschap wordt er niet onbegrijpelijker door.

Dat is al vijf letters minder (c, x, q, j, y). Kunnen we nog meer snoeien? Jazeker, als we nog wat drastischer te werk gaan en methode 2 inschakelen: het combineren van meerdere letters voor het weergeven van één klank. Hiervoor is het interessant eens te kijken naar letters die qua uitspraak erg op elkaar lijken. Neem de t, de d, n en s. Op het eerste gezicht/gehoor zijn dat totaal verschillende klanken, maar toch is er een belangrijke overeenkomst: ze worden alle vier op dezelfde plaats in de mond uitgesproken, namelijk met de tong tegen de boventanden; probeer het maar eens.

Van die klankverwantschap kunnen we handig gebruik maken in de spelling, door de vier klanken als variaties van elkaar te behandelen. De d kun je bijvoorbeeld vervangen door nt (opnieuw is dit hoe het Nieuwgrieks het doet: mijn voornaam schrijf je daar als Ntirk) en de s bijvoorbeeld door th – die combinatie heb je verder toch niet echt nodig: theorie kun je ook schrijven als teorie. De d en de s zijn dan niet meer nodig in het alfabet. Eenzelfde soort viertal vormen de p, b, m en f: die worden alle vier met de lippen uitgesproken. Ook die kunnen we dus inkorten, door de b te schrijven als mp en de f als ph.

In deze trant kunnen we verder experimenteren, tot we tenslotte op een set vervangingen uitkomen als de volgende:

b > mp
c > k/th
ch > kh
d > nt
f > ph
g > nkh
j > i
qu > kw
s > th
v > mph
w > mphh
x > kth
y/ij > ii
z > nth

Je ziet, in sommige gevallen worden er drie letters gecombineerd, een enkele keer zelfs vier, voor het weergeven van één enkele klank. Alles bij elkaar hebben we hiermee ons oorspronkelijke alfabet van zesentwintig letters exact tot de helft gereduceerd: aehiklmnoprtu.

Is dit niet wat al te dol? Kunnen we hier nog wel Nederlands mee schrijven? Welnu, oordeel zelf:

Mphhaar nte mplanke top nter ntuinen
Thkhittert in nte nthonnekhloent
En nte Noorntnthee mphriennteliik mpruithennt
Neêrlanntth thmalle kutht mpenkhroet
Iuikh ik aan het mphlakke thtrannt:
’k Hemp u lieph, miin Nenterlannt!

Natuurlijk, in onze ogen ziet dit er ronduit bespottelijk uit. Maar dat komt omdat we gewend zijn om anders te spellen, niet omdat het systeem niet werkt. Er is her en der misschien nog wat poetswerk nodig (hoe geef je bijvoorbeeld het verschil aan tussen rente en rede?), maar loop de lettervervangingen langs en je ziet dat het lied uitstekend ontcijferbaar is.

De conclusie is duidelijk: het Nederlands kan met evenveel letters toe als het Hawaiiaans!

Advertenties

Over Drabkikker

Dirk Bakker, geboren in de vorige eeuw, levend in de huidige.
Dit bericht werd geplaatst in Eigen baksels, Schrift, Taal. Bookmark de permalink .

10 reacties op Reactie op de Taalcanon

  1. Absent Martian zegt:

    Ntit mpiinthonnter mpekmphhaam nkethkhremphen artikel hemp ik met ntheer mpheel plenthier nkhelenthen, Ntrampkikker! Hulnte!

  2. Ea zegt:

    Oh drabbie wat heb je toch een gave hersenen. Hier in Zwöden heeft het alfabet 29 letters. Strebers.

  3. Eliza zegt:

    Ik heb geen woorden (maar wel 26 letters thank God) om uit te drukken hoe ueberdueberschruebergeil dit weer was.

  4. Victor zegt:

    Zo heb ik ook nog een vraag: hoe is de volgorde van ons alfabet ontstaan?

    • Drabkikker zegt:

      Goede vraag! Helaas is dat is niet bekend; ik kan me zo voorstellen dat het misschien teruggaat op een versje dat mensen uit hun hoofd leerden. Dit artikel noemt nog een paar andere suggesties.

      Hoe de lettervolgorde ook is ontstaan, het wonderlijke is dat hij al zo’n drieduizend jaar in grote trekken dezelfde is. Het oudst bekende voorbeeld is het Ugaritisch, een zustertaal (of meer tante-, eigenlijk) van het Fenicisch uit rond de 14e eeuw v.Chr. Hier zie je een kleitabletje met het Ugaritische alfabet erop. De letters staan nog niet helemaal in dezelfde onderlinge volgorde bij ons (en ook zijn er een aantal verdwenen of veranderd), maar de A, B, D, H, J, K, L, M, N, P, Q, R en T al wel. We hebben aardig wat aan die oude Semieten te danken!

      Voor een uitgebreider verhaal is de (Engelse) Wikipediapagina over de geschiedenis van het alfabet erg de moeite waard.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s